Česká centra, Czech Centres

Česká centra / Czech centres - logo

Nieuws

Al het nieuws

Miloš Rejchrt over 35 jaar Charta 77

"Charta 77 laat zien dat ook heel verschillende mensen met een verschillend verleden en verschillende uitgangspunten, en ook met hun fouten, vergissingen en zelfs zonden, een gelukzalige eenheid kunnen ervaren". Deze woorden sprak Miloš Rejchrt, oud-woordvoerder van Charta en deze week in Nederland, op 6 januari op een bijeenkomst in Praag ter herinnering aan de oprichting van deze mensenrechtenbeweging, 35 jaar geleden. Charta zou uitgroeien tot de belangste stem van de oppositie tegen het communisme in Tsjechoslowakije. Kijk hieronder voor de volledige tekst van Rejchrts toespraak (vertaling: Lisa Fikejsová).

Miloš Rejchrt spreekt op 20 april in De Boskant in Den Haag over zijn ervaringen in Charta 77 en is op 21 april het middelpunt van een door de Stichting Kerk- en Gemeenteopbouw Oost-Europa georganiseerd symposium in Zuilen. Zie voor meer informatie: http://hague.czechcentres.cz/programma/meer/rejchrt-in-den-haag/

De woordvoerders begraven

Toespraak bij de ontmoeting n.a.v 35 jaar Charta 77  door Miloš Rejchrt

 Met Václav Havel is de laatste van de drie grondleggers van Charta 77 heengegaan. Zijn begrafenis was groots en de deelname van staatszijde enorm. Ook de begrafenis van Jan Patočka, hoewel daar alleen de familie de organisatie in handen had, was van een zekere grootsheid en ook hier was sprake van staatsdeelname, die bij de plechtigheid tot uiting kwam door de inzet van laagvliegende helikopters en wedstrijdmotoren. Alleen de begrafenis van Jiří Hájek in oktober 1993 ontsnapte min of meer aan de aandacht.

Het afscheid van Hájek vond plaats in de kleine protestantse kerk in de Klimentstraat in Praag. Waarom juist daar? In hoofdzaak omdat geen enkele andere instelling de bereidheid had getoond om het afscheid te organiseren - de Academie van Wetenschappen waar Hájek het laatst werkzaam was geweest niet, en ook het Ministerie van Buitenlandse Zaken, waar hij in 1968 aan het hoofd stond, niet. Toch kwamen er ongeveer honderd personen naar de kerk toe en heb ik onze vriend Jiří, hoewel hij zich geen christen noemde, samen met priester Václav Malý christelijk begraven, omdat wij het niet anders kunnen.

Waarom die desinteresse voor het laatste afscheid van Jiří Hájek? Waarschijnlijk omdat hij, voordat ze hem in 1970 uit de partij zetten, communist was geweest. En in het reine te komen met het communisme en de communisten, daar hebben wij Tsjechen problemen mee. In het jaar dat Jiří Hájek overleed, was de meest populaire politicus voor 87 procent van de bevolking de minister die precies in het jaar dat Charta ontstond toetrad tot de communistische partij, die op zijn werk voorzitter was van de ondernemingsorganisatie van het partijcomité, en uit de partij trad op de dag dat Václav Havel tot president van Tsjechoslowakije werd gekozen. Dat zijn paradoxen, om met de classicus te spreken: aan de ene kant was en is het publiek geneigd tot een radicaal postcommunistisch anticommunisme en verwijt het Havel, resp. de chartisten die zich politiek engageerden, tot op de dag van vandaag dat zij de communisten niet stevig aanpakten en verboden. Aan de andere kant is het misschien wel hetzelfde publiek dat er niet van wakker lag of ligt als iemand onbeschaamd van kleur veranderde, zolang de persoon in kwestie maar te kennen gaf dat hij geen communist was geworden uit overtuiging, maar uit listigheid. 

Mensen als J. Hájek, die in een bepaalde fase van hun leven communist waren geweest – en dat uit overtuiging,  waren ook de enige echte dissidenten in de ware zin des woords. Zij opponeerden, zij maakten zich los zowel van de communistische partij als van haar ideologie en vonden hun levensvervulling in het opkomen voor mensen- en burgerrechten.

Een  katholieke chartist, de priester Josef Zvěřina, schreef over hen: “Ik zou me schamen kwaad van deze atheïsten te spreken en hen te belasteren, zoals ook sommige christenen wel doen. Nee, ik moet hun juist bedanken dat ze mij met hun gewetensvolle gedrag en moed vaak kracht hebben gegeven.”

Dat zijn onverschrokken en bijzondere woorden, maar Charta was dan ook een onverschrokken en bijzondere onderneming: ze was in staat ex-communisten als Jiří Hájek te verbinden met mensen die slachtoffer waren van de communistische dictatuur als Josef Zvěřina, die 13 jaar in communistische gevangenissen doorbracht.

Ik ben er nooit helemaal aan gewend geraakt dat chartisten op één hoop werden gegooid en allemaal het etiket “dissident” kregen en krijgen opgeplakt. Zvěřina was immers niet dissident, maar consistent. Zijn hele leven lang was hij consistent, trouw aan zijn geloof en alle aanspraken en beloften die dit met zich meebrengt. Ook Václav Havel was geen dissident; er was niets waarvan hij zich los hoefde te maken, hij was nooit in de ban van enige ideologie geraakt en had zich niet aan de duivel van de partijdiscipline verkocht.

In Charta 77 troffen dissidenten en niet-dissidenten elkaar, ja zelfs voormalige  gevangenen ontmoetten daar bijna letterlijk hun voormalige gevangenbewaarders. Dat stoorde velen en stoort hen tot op de dag van vandaag. Josef Zvěřina schreef hierover in 1979: “Farizeeërs van verschillende confessies zijn verontwaardigd (..) over de eensgezindheid van communisten en niet-communisten, van atheïsten en christenen – een verontwaardiging die beter te begrijpen zou zijn van de KSČ (Commmunistische Partij Tsjechoslowakije) dan van christenen”.

Toch waren er ook genoeg christenen die niet verontwaardigd waren, voor wie het duidelijk was dat het niet aangaat om iemand een wedergeboorte, een innerlijke zelfverbetering, te verbieden en het doen van goede daden te ontzeggen. Die christenen sloten vriendschap met de voormalige communisten en waren blij met hun opofferingsgezinde inzet voor Charta. Hoe ook anders? Jezus heeft ons immers geleerd dat er in de hemel meer blijdschap zal zijn over één zondaar die zich bekeert, dan over 99 rechtvaardigen, die geen bekering nodig hebbben. Wij zijn niet gedoemd tot ons verleden of tot ons lot. Voortdurend geldt voor ons het aanbod om uit onszelf te treden, onze denkwijze te veranderen, onze waarden te herzien, een metanoia ofwel bekering door te maken, - natuurlijk niet door alleen van kleur te veranderen, maar door ons hart te bekeren en een andere levensrichting in te slaan. Voor wie ervoor openstaat, laat Charta 77 zien dat ook heel verschillende mensen met een verschillend verleden en verschillende uitgangspunten, en ook met hun fouten, vergissingen en zelfs zonden, een gelukzalige eenheid kunnen ervaren wanneer ze vrijwillig de taak op zich nemen zich in te zetten voor de onvervreemdbare menselijke waardigheid, om samen de risico´s te dragen die de vervulling van die taak met zich meebrengt en elkaar wederzijds bij te staan. Ook dat is een van de redenen, waarom een ieder die waar ook ter wereld verlangt naar gerechtigheid en de overwinning van de waarheid en de liefde in het verhaal van Charta 77 inspiratie en bemoediging kan vinden. Dit goede erfgoed van Charta 77 zal blijven voortbestaan ook nadat wij, hoogstwaarschijnlijk zonder staatsdeelname, maar alleen begeleid door vrienden en hun gedachtenis, op ongeveer eenzelfde manier ten grave zullen worden gedragen als Jiří Hájek. 

(Vertaling: Lisa Fikejsová)